Ouderen en pensioenWerk & Sociaal

Geleidelijke verhoging van loopbaanvoorwaarden

Sinds 1 januari 2026 gelden nieuwe voorwaarden om een onderbrekingsuitkering te krijgen in het kader van het eindeloopbaantijdskrediet. De regering zet daarmee een beleidsmaatregel uit het akkoord 2025-2029 om, met de bedoeling werknemers langer aan het werk te houden zonder de haalbaarheid uit het oog te verliezen. Het koninklijk besluit van 5 september 2025 wijzigt het uitvoeringsbesluit van 12 december 2001 en past de toegang tot de uitkering aan op basis van cao nr. 103. De hervorming heeft gevolgen voor werknemers die hun prestaties willen verminderen in de laatste fase van hun loopbaan.

Geleidelijke verhoging van loopbaanjaren tot 2030

Tot eind 2025 konden werknemers aanspraak maken op een uitkering vanaf 60 jaar wanneer zij een beroepsverleden van minstens 25 jaar konden aantonen. Sinds 1 januari 2026 worden hogere loopbaanvereisten toegepast. Voor mannen is de grens opgetrokken naar 31 jaar, voor vrouwen naar 26 jaar. Deze voorwaarden stijgen verder in de komende jaren en bereiken in 2030 respectievelijk 35 en 30 jaar. De verschillende opbouw voor mannen en vrouwen is ingevoerd om rekening te houden met statistisch vastgestelde verschillen in arbeidsloopbanen, zoals periodes van deeltijdse arbeid of onderbrekingen om familiale redenen. De maatregel wil vermijden dat uniforme voorwaarden onbedoeld tot indirecte discriminatie zouden leiden.

Bestaande uitzonderingen vanaf 55 jaar blijven mogelijk

Werknemers die in het verleden reeds vroeger toegang hadden tot de onderbrekingsuitkering, behouden hun rechten onder specifieke omstandigheden. Voor aanvragen vanaf 1 januari 2026 blijft het mogelijk om vanaf 55 jaar een uitkering te krijgen wanneer het loopbaanverleden minstens 25 jaar bedraagt en de werknemer zich in een erkende uitzonderingssituatie bevindt. Het gaat onder meer om werknemers van ondernemingen die officieel erkend zijn als zijnde in moeilijkheden of in herstructurering, werknemers met langdurige nachtarbeid, personen die een zwaar beroep uitoefenen of werknemers uit de bouwsector die hun functie niet langer kunnen uitoefenen. Ook de regeling die aansluit bij een lange loopbaan van 35 jaar in het kader van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag blijft van toepassing.

Afstemming van de berekeningswijze

Om inconsistenties te vermijden, is de manier waarop de vereiste loopbaanjaren worden berekend voortaan geharmoniseerd. De algemene regeling maakt sinds 2026 gebruik van dezelfde berekeningslogica als de uitzonderingsregeling die geldt voor werknemers met een loopbaan van 35 jaar. Dat moet ervoor zorgen dat de beoordeling van het beroepsverleden op een uniforme en transparante manier gebeurt, ongeacht onder welke regeling iemand een aanvraag indient. De wijziging moet bovendien voorkomen dat werknemers in vergelijkbare situaties verschillend behandeld worden.

Nieuwe erkenningsregels voor ondernemingen in moeilijkheden

Het uitvoeringsbesluit bevat ook een extra hoofdstuk met aangepaste bepalingen voor de erkenning van ondernemingen die zich in moeilijkheden of in herstructurering bevinden. De regels die vroeger verspreid waren over verschillende besluiten zijn nu samengebracht, waardoor de toepassing van de uitzonderingsregeling juridisch beter verankerd is. Het koninklijk besluit van 3 mei 2007 wordt tegelijk opgeheven. De bedoeling is de continuïteit van de bestaande bescherming voor werknemers te behouden en te vermijden dat de erkenningsprocedure afhankelijk wordt van uiteenlopende normen.

De gewijzigde regels zijn van kracht sinds 1 januari 2026 en gelden uitsluitend voor aanvragen die vanaf die datum bij de werkgever worden ingediend. Wie vóór die datum een aanvraag heeft ingediend, blijft onder de oude voorwaarden vallen.


Een vraag over dit artikel of juridisch advies nodig? Neem dan contact op met een advocaat in jouw buurt. Gebruik de onderstaande zoekfunctie om een advocaat te vinden.

Als advocaat opgenomen worden in de database? Klik hier.

Geef een reactie