EconomieFiscaalZelfstandig & Vennootschap

All-inmenu serveren: hoe zit dat met de btw?

Zoals je vast wel weet, is het btw-tarief voor geserveerde maaltijden 12%. Bij drankjes geldt dan weer het btw-tarief van 21%. Op de rekening zal dat steeds mooi uitgesplitst zijn. Indien er echter een all-inmenu wordt geserveerd, waarbij men zoveel mag eten of drinken als men wil, is het moeilijker om het toepasselijk btw-percentage te bepalen.

In principe 21% btw

De algemene regel luidt dat wanneer het niet mogelijk is om de rekening uit te splitsen in 21% op de drank en 12% op het eten, het btw-tarief van 21% moet worden toegepast op het totaalbedrag. Op een all-inmenu moet, in principe, dus 21% btw worden gerekend. Volgens een circulaire kan het echter ook anders, maar dan moet je wel een aantal regels respecteren.

Uitsplitsing maken blijft mogelijk

Indien de uitsplitsing wel kan worden gemaakt, bijvoorbeeld omdat er een vast aantal dranken inbegrepen zijn, is die regel niet van toepassing. Tot voor kort moesten de dranken dan wel gewaardeerd worden aan hun normale prijzen, maar dat bleek in de praktijk in een overwaardering van de drankjes (21% btw) te resulteren.

Daarom staat de fiscus een procentuele verdeling toe. Uiteraard moet het ook dan met de werkelijkheid overeenstemmen. Stel bijvoorbeeld dat je een driegangenmenu aanbiedt met daarin een aperitief,  een karaf water, een glas huiswijn en een koffie. Bij een afzonderlijke afname zou het eten dan € 100,- kosten (incl. btw) en de drank € 25,- (incl. btw). Het aandeel drank vertegenwoordigt met andere woorden 20% van de totaalprijs, terwijl het aandeel eten 80% van de totaalprijs inneemt.

Het all-inmenu wordt echter aangeboden voor € 70,- (incl. btw).  In dit geval mag je aannemen dat het aandeel drank eveneens 20% of  € 14,- (incl. btw) inneemt, terwijl het aandeel eten € 56,- (incl. btw) bedraagt. Je kan de factuur uitsplitsen en € 8,43 btw aanrekenen (€ 2,43+ € 6,-).

Forfaitaire toepassing coëfficiënt

In bovenstaand voorbeeld is het duidelijk hoeveel de klant zal drinken en eten en wat dat dus zal kosten. Indien de klant echter zoveel mag drinken als hij wil, is dat aandeel minder eenvoudig te bepalen. Daarom schuif de fiscus in dergelijke gevallen een forfaitaire coëfficiënt van 35% drankenaandeel naar voren. Indien dat percentage echter sterk afwijkt van de werkelijkheid, kan de fiscus er wel nog steeds aan morrelen.

Geef een reactie