De burgerOvereenkomsten

Contract is contract? Als het maar geen rechtsmisbruik is …

Veel mensen denken nog steeds dat een contract tot op de letter moet worden uitgevoerd. Het is echter zo dat je niet alle bepalingen van een overeenkomst zomaar mag afdwingen. Zeker wanneer de andere partij daarbij een duidelijk nadeel ondervindt. Zo mag je een recht niet uitoefenen met louter als doel om een ander te schaden. De uitoefening van een recht moet dan ook altijd proportioneel zijn, in het andere geval is er sprake van rechtsmisbruik.

Rechtsmisbruik in het Belgisch recht

Het verbod op rechtsmisbruik is een door de rechtspraak ontwikkeld algemeen rechtsbeginsel. Het is gestoeld op het Burgerlijk Wetboek dat over de overeenkomsten stelt:

Zij moeten te goeder trouw worden ten uitvoer gebracht” (Art. 1134, lid 3 BW)

Bovenstaande in samenhang te lezen met de bepalingen van de aansprakelijkheidsleer:

Elke daad van de mens waardoor aan een ander schade wordt veroorzaakt, verplicht degene door wiens schuld de schade is ontstaan, deze te vergoeden” (Art. 1382 BW)

De goede trouw heeft dus een matigende werking. Daarom mag een partij zijn contractuele rechten niet zomaar tot op de letter afdwingen, maar moet men steeds afwegen of de persoonlijke voordelen wel opwegen tegen de nadelen die de andere contractpartij ervaart. Wanneer een partij rechtsmisbruik pleegt, is die partij gehouden om de schade van de andere partij te vergoeden. Daarnaast moet de situatie hersteld worden tot een normale rechtsuitoefening.

Onderstaand voorbeeld verduidelijkt het een en ander.

Rechtsmisbruik door campinguitbater

De onderneming Tomco bvba huurde een staanplaats voor een stacaravan op een camping en beschikte contractueel over de mogelijkheid om die huur over te dragen. Tomco bvba had de stacaravan verkocht die zich op de camping bevond. De uitbater van de camping had daarbij een commissie mislopen. Aan de koper werd ook de huurovereenkomst voor die stacaravan overgedragen, waardoor de koper nu in de rechten en plichten van Tomco bvba trad.

De uitbater van de camping weigerde daarop de stacaravan toe te laten. Volgens de uitbater van de camping zou de stacaravan afbreuk doen aan de standing van de camping. De rechtbank van eerste aanleg van West-Vlaanderen (afdeling Brugge) oordeelde dat die weigering abusief was en rechtsmisbruik uitmaakte, onder andere omdat de stacaravan zich altijd al op de camping bevond en het om een quasi-nieuw model ging. De campinguitbater stapte daarop naar het Hof van Cassatie.

Bevestiging door het Hof van Cassatie op 27 april 2020

Het Hof van Cassatie bevestigt dat het inderdaad gaat om rechtsmisbruik. Het Hof van Cassatie geeft daarbij aan dat rechtsmisbruik inhoudt dat een partij een recht uitoefent op zo’n wijze die kennelijk de grenzen ervan te buiten gaat, bekeken vanuit het perspectief van een voorzichtig en bedachtzaam persoon.

Dat is onder andere het geval wanneer het veroorzaakt nadeel niet in verhouding staat met het voordeel dat de houder van het recht nastreeft of verkregen heeft. Hierbij moet de rechter met alle omstandigheden van de zaak rekening houden.

Omdat de rechtbank van eerste aanleg van West-Vlaanderen (afdeling Brugge) de voordelen voor de campinguitbater (“standing van de camping”) mee in overweging neemt, is er volgens het Hof van Cassatie geen vuiltje aan de lucht. De rol van het Hof van Cassatie is per slot van rekening beperkt tot de controle op de motivering van de gerechtelijke beslissing bij rechtsmisbruik. Het Hof doet daarop geen uitspraak ten gronde en acht het cassatieberoep onontvankelijk.

Ziekenhuisarrest van 7 oktober 2011

Bovenstaand arrest van het Hof van Cassatie is niet meteen revolutionair te noemen en volgt uit een lange jurisprudentiële voorgeschiedenis waarbij het verbod op rechtsmisbruik wordt erkend. Het gaat stuk voor stuk om zaken waarbij contractpartijen hun contractuele rechten misbruikten.

Het Ziekenhuisarrest van 7 oktober 2011 is daarentegen een stuk belangrijker, omdat toen werd aangegeven dat het verbod op rechtsmisbruik ook op de vrijheid om te contracteren kan worden toegepast.

In deze zaak zouden twee Waalse ziekenhuizen fusioneren. Van de tien artsen die er werkzaam waren, kregen negen artsen een verbeterd statuut in het nieuwe fusieziekenhuis. Aan één arts werd het nieuwe en betere statuut echter geweigerd. Hoewel er dus geen overeenkomst was en het louter ging om een weigering om een nieuwe overeenkomst aan te gaan, oordeelde het Hof van Cassatie dat er alsnog sprake was van rechtsmisbruik. Hiervoor baseerde het Hof zich onder andere op artikel 54 van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie:

De weigering om te contracteren kan een rechtsmisbruik opleveren wanneer het aanwenden van de vrijheid om niet te contracteren wordt gebruikt op een wijze die kennelijk de grenzen overschrijdt van de normale uitoefening van die vrijheid door een bedachtzaam en omzichtig persoon.”

Geef een antwoord