Straf

Hoe geheim blijft het biechtgeheim?

De weduwe van een depressieve man, die zich van het leven beroofde, daagt een priester voor de rechter. Ineens komt het volledig biechtgeheim ter evaluatie voor de rechter te staan. De hamvraag: hoe geheim blijft het biechtgeheim? Of gaat het toch ook verder dan dat?

De zaak

Kort voor zijn zelfdoding had een man getelefoneerd en sms’jes uitgewisseld met zijn goede vriend, die tevens priester was. Zijn vrouw ontdekte dit kort na het overlijden en diende klacht in tegen de priester. Die priester geeft echter aan gebonden geweest te zijn door het biechtgeheim. Hij haalt aan alles gedaan te hebben om hem ervan te overtuigen geen overhaaste beslissingen te nemen. Toch belde hij de politie niet: hij zou gebonden zijn aan het biechtgeheim. De correctionele rechtbank zou hem wegens schuldig verzuim kunnen veroordelen tot een gevangenisstraf van één jaar en/of een geldboete tot 3.000 euro. Echter blijft de vraag: kan de priester zich verschuilen achter het zogenaamde biechtgeheim?

Biechtgeheim bestaat, maar ook weer niet

Het biechtgeheim is altijd een ingewikkeld gegeven geweest in onze Belgische wetgeving. In een Belgisch wetboek zal je er dan ook niks over terugvinden, wel in het zogenaamde Kerkelijk Recht. Daar staat letterlijk in het Wetboek van Canoniek Recht geschreven dat het biechtgeheim onschendbaar is. Meer zelfs: een priester die het biechtgeheim zou schenden, kan van rechtswege uit de kerk gezet worden.

Toch heeft het Hof van Cassatie reeds in het verleden aangegeven dat zogenaamde “bedienaars van erediensten” onder de wetgeving op het beroepsgeheim vallen. Dit houdt in dat zij een gevangenisstraf van 8 dagen tot 6 maanden en een geldboete riskeren indien zij hun beroepsgeheim zouden schenden.

Het beroepsgeheim is niet absoluut

Naar Belgisch recht valt een priester met andere woorden onder het beroepsgeheim. Waar het kerkelijk recht aangeeft dat het biechtgeheim “onschendbaar is”, gaat dat dan weer niet op voor het beroepsgeheim. Hier zijn talloze uitzonderingen verwerkt. Advocaten zijn bijvoorbeeld wel gehouden tot een beroepsgeheim, maar als het bijvoorbeeld gaat over het witwassen van geld hebben zij dan weer een meldingsplicht.

Praktisch gezien is er ook een uitzondering voorzien voor het zogenaamd schuldig verzuim, waar de priester dan ook voor zal moeten verantwoorden voor de correctionele rechtbank. In feite komt het erop neer dat zwijgen nooit mag resulteren in het schuldig hulpverzuim.

Wrevel met het canoniek recht

In de praktijk resulteert dit alles in wrevel tussen het strafrecht enerzijds en het canoniek recht anderzijds. Rik Torfs geeft dat ook aan: “Bij mijn weten is het de eerste keer dat schuldig verzuim gebruikt wordt om het absolute karakter van het kerkelijk biechtgeheim in vraag te stellen. Tot nu toe heeft het profane recht dat absolute karakter altijd aanvaard. Mocht het nu tot een veroordeling komen, dan is dat een zeer zorgwekkende evolutie.”.

Dat kan dan wel, maar op juridisch niveau gaat het toch eerder om het conflict tussen schuldig verzuim en het beroepsgeheim. Een conflict dat ook eerder al in bizarre uitspraken resulteerde als het aankwam op het beroepsgeheim van artsen. Herman Nys, professor Medisch Recht aan de KU Leuven, noemt het zelf een uitholling van het beroepsgeheim van artsen.

Rest nu de vraag of het ook tot een uitholling zal komen van het beroepsgeheim van bedienaars van erediensten. En, als het zover zou komen, wat dat praktisch zal betekenen. Zal die uitholling een eenvoudige manier zijn om priesters, die de nodige aandacht besteden aan het Canoniek Recht, voortdurend voor de rechter te dagen en hen te vervolgen voor het consequent opvolgen ervan?

De toekomst zal het uitwijzen – maar dat de rechter een zware boterham op z’n tafel krijgt, zoveel is alvast duidelijk.

Geef een antwoord