Straf

Verbeurdverklaring voertuigen: eigendomsvereiste wordt geschrapt

De wet van 2 september 2018 tot wijziging van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer wat de verbeurdverklaring en immobilisering van voertuigen betreft, BS 2 oktober 2018, past een aantal regels rond immobilisering en verbeurdverklaring aan. Op die manier wil de wetgever het ontlopen van de immobilisering en de verbeurdverklaring van voertuigen een stuk moeilijker maken. Het schrappen van de eigendomsvereiste is hierin een belangrijk aspect.

Wat is verbeurdverklaring?

Een verbeurdverklaring is een bijkomende straf die door de rechter wordt opgelegd om het eigendomsrecht over een bepaalde zaak, hier een auto, die verband houdt met het misdrijf aan de veroordeelde te ontnemen. De veroordeelde verliest met andere woorden het eigendomsrecht over de wagen.

Bestuurder hoeft niet langer de eigenaar te zijn

In de huidige wetgeving stelt men dat de rechter alleen een verbeurdverklaring kan uitspreken indien het voertuig ook de eigendom is van de verkeersovertreder. Ook in het geval van immobilisering voorziet de wetgever eenzelfde regeling, hoewel het daar wel een uitzondering toestaat indien de wagen exclusief ter zijner beschikking zou staan gedurende de duur ervan. Is dat niet het geval? Dan kan de rechter niet de verbeurdverklaring of de immobilisering uitspreken.

In de praktijk geeft dat hardleerse bestuurders extra ammunitie door bijvoorbeeld een auto in te schrijven op naam van een familielid, met een leasingwagen te rijden (eigendom van de leasingmaatschappij) of een wagen te kopen op naam van de zaak. Zij blijven in het huidig regelgevend kader dan ook buiten schot.

Daar maakt de wetgever mee komaf door de eigendomsvoorwaarde te schrappen. Wel voorziet de wetgever een aantal regels om de effectieve eigenaar te beschermen.

Bescherming van de effectieve eigenaar

Het OM zal steeds moeten nagaan of de effectieve eigenaar van het voertuig te goeder trouw was. Enkel indien de effectieve eigenaar niet ter goeder trouw was, kan de rechter de eigendomsverplichting immers laten vallen. Er zijn een aantal aspecten die erop kunnen wijzen dat de effectieve eigenaar niet ter goeder trouw handelde:

  • De effectieve eigenaar wist dat de bestuurder onder invloed was van medicijnen die hem niet in staat maakten de wagen te besturen;
  • De effectieve eigenaar wist dat de bestuurder geen rijbewijs had;

Bovenstaande voorbeelden tonen meteen aan dat je als eigenaar maar beter voorzichtig te werk gaat bij het uitlenen van een wagen. Alles goed op papier zetten, vragen naar een kopie van het rijbewijs en de bestuurder laten verklaren niet onder invloed te zijn, zijn slechts enkele voorbeelden die moeten zorgen dat je eenvoudiger kan aantonen te goeder trouw te zijn geweest. Uiteraard is jouw wagen niet uitlenen aan een dronken buurman nog steeds het beste advies om problemen te voorkomen.

Dagvaarding van de effectieve eigenaar

Blijkt de effectieve eigenaar niet ter goeder trouw te hebben gehandeld? Dan zal ook hij gedagvaard worden en kan ook hij een veroordeling oplopen. Enkel bij één van volgende veroordelingen kan de rechter de immobilisering of de verbeurdverklaring van zijn voertuig uitspreken:

  • Artikel 32 Wegverkeerswet: ter kwader trouw een motorvoertuig toevertrouwen aan iemand zonder rijbewijs;
  • Artikel 37, 2° Wegverkeerswet: om rijles te geven een motorvoertuig toevertrouwen aan iemand die duidelijke tekens vertoont van openbare dronkenschap, strafbare alcoholopname of soortgelijke staten ten gevolge van drugs of geneesmiddelen;
  • Artikel 37bis, § 1, 3° Wegverkeerswet: om rijles te geven een motorvoertuig toevertrouwen aan iemand die duidelijk onder invloed is van cocaïne, morfine, MDMA, amfetamines of THC;
  • Artikel 49 Wegverkeerswet: om rijles te geven een voertuig toevertrouwen aan iemand die van het recht tot sturen vervallen is verklaard.

Rechter kan sneller verbeurdverklaring uitspreken

De Wetgever voorziet eveneens een aantal aanpassingen om de rechter sneller een verbeurdverklaring te laten uitspreken: vroeger kon de rechter de verbeurdverklaring pas uitspreken indien het verval van het recht tot sturen minimaal 6 maanden bedroeg. Sinds 12 oktober 2018 is dat 3 maanden geworden. Uiteraard blijven voorgaande voorwaarden wel gewoon van toepassing.

Geef een reactie