AansprakelijkheidDe burgerInternationaal

Wanneer is er sprake van deelname aan het verkeer?

De verzekering BA Motorrijtuigen dekt de aansprakelijkheid bij verkeersongevallen. Derhalve is het noodzakelijk dat het motorrijtuig aan het verkeer deelneemt. Met de regelmaat van de klok rijzen er dan ook discussies over de reikwijdte van deze vereiste. Moet het voertuig zich op de openbare weg begeven? Moet het in beweging zijn? Moet de motor van het voertuig draaien? De wet van 21 november 1989 biedt duidelijkheid, maar ook de rechtspraak heeft in het verleden reeds het een en ander verduidelijkt.

Voertuig bevindt zich op de openbare weg

Als het schadeveroorzakend voertuig zich op de openbare weg bevindt, zal de BA-verzekeraar altijd tussenbeide komen.

Het is dan ook geen vereiste dat iemand achter het stuur plaatsneemt of het contact inschakelt. Wanneer je bijvoorbeeld vergeet om de handrem in te schakelen en het voertuig daardoor tegen een andere auto botst, zal de BA-verzekering de schade van de andere autobestuurder ook gewoon vergoeden. Zelfs wanneer het gaat om een defect voertuig dat door de eigenaar wordt voortgeduwd, is er nog steeds sprake van een voertuig dat deelneemt aan het verkeer. Het maakt eveneens niet uit of de bestuurder al dan niet meerderjarig is. Wanneer kinderen bijvoorbeeld de auto wassen en door manipulaties een ongeval veroorzaken op de openbare weg, zal de BA-verzekering opnieuw gewoon de schade moeten vergoeden.

Er hoeft ook lang niet altijd sprake te zijn van een fout vooraleer de BA-verzekeraar tot uitbetalen overgaat. In de praktijk zal dit meestal wel het geval zijn, maar bij de objectieve aansprakelijkheid voor zwakke weggebruikers is de belangrijkste voorwaarde nog steeds de aanwezigheid op de openbare weg. Een voetganger die struikelt over een tak en tegen een correct geparkeerde auto valt, kan zijn schade dus ook nog steeds verhalen op de BA-verzekeraar.

Ook wanneer zij zich niet op de openbare weg bevinden?

In een aantal gevallen zal de BA-verzekeraar ook tussenbeide komen wanneer het voertuig zich niet op de openbare weg bevindt. Dat is met name het geval wanneer het gaat om niet-openbare terreinen die “voor een zeker aantal personen die het recht hebben om er te komen” toegankelijk zijn. Het gaat dus ook om privéparkings waar klanten of bezoekers mogen komen, maar evenzeer om autocircuits die voor het grote publiek toegankelijk zijn.

In het verleden werd aangenomen dat zuivere privéterreinen niet onder de definitie openbare weg vallen en dat hier dus ook geen sprake is van deelname aan het verkeer. Ook verkeer op het water of in de lucht valt hier niet onder.


Voorbeeld: drama na Aalst carnaval (2004)

In de nacht van 22 op 23 februari 2004 ontstond er een brand in een opslagplaats na de carnavalstoet in Aalst. Een van de wagens vatte vuur en zowel de opslagplaats als omliggende bedrijfsgebouwen liepen schade op. Het Hof van Beroep te Gent oordeelde dat de BA-verzekeraar niet tussenbeide diende te komen omdat de wagen niet aan het verkeer deelnam. De carnavalisten moesten uiteindelijk een schadevergoeding van € 723.930,63 betalen.


Ruimere interpretatie door het Hof van Justitie

In een arrest van 20 juni 2019 koos het Hof van Justitie ervoor om het begrip “deelneming aan het verkeer”’ ruimer te interpreteren. Ook in deze zaak ging het om een geparkeerde wagen die een brand veroorzaakte in een bedrijvencomplex. De wagen stond toen al 24 uur stil.

De Spaanse rechtbank van eerste aanleg trok toen dezelfde conclusie als het Hof van Beroep te Gent, maar werd door het Audiencia Provincial (gelijkwaardig aan het Belgische Hof van Beroep) teruggefloten. Volgens hen zou een wagen die in een garage geparkeerd staat ook aan het verkeer deelnemen. De BA-verzekeraar liet het daar natuurlijk niet bij en trok naar het Tribunal Supremo (het hoogste gerechtshof in Spanje) dat een prejudiciële vraag stelde aan het Europees Hof van Justitie.

Volgens het Europees Hof van Justitie moet dit worden bekeken in het licht van de doelstelling van richtlijn 2009/103/EG die ook in België werd omgezet (in de WAM-wet van 21 november 1989). Het Hof van Justitie geeft aan dat de richtlijn tot doel heeft de slachtoffers van ongevallen veroorzaakt door motorrijtuigen te beschermen. Volgens het Hof van Justitie is het daarbij niet relevant waar het voertuig wordt gebruikt en of het voertuig op dat moment stilstaat op een parkeerterrein. Volgens het Hof van Justitie behoort parkeren gedurende bepaalde perioden nu eenmaal tot de natuurlijke en noodzakelijke fasen die integraal deel uitmaken van het gebruik als vervoermiddel, waardoor de verzekeraar ook gedurende deze natuurlijke en noodzakelijke fasen dekking moet verlenen.

Artikel 3, eerste alinea, van richtlijn 2009/103/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven en de controle op de verzekering tegen deze aansprakelijkheid, moet aldus worden uitgelegd dat onder het begrip „deelneming aan het verkeer van voertuigen” in de zin van deze bepaling een situatie als die in het hoofdgeding valt, waarin een in een privégarage van een gebouw gestald voertuig dat overeenkomstig zijn functie van vervoermiddel wordt gebruikt, vuur heeft gevat, wat heeft geleid tot een brand — die is ontstaan in het elektrische circuit van dit voertuig —, die schade heeft veroorzaakt aan dit gebouw, ook al was het voertuig vóór de brand al meer dan 24 uur niet verplaatst.” (HvJ (2e k.) nr. C-100/18, 20 juni 2019)

Voor de carnavalsvereniging uit Aalst komt dit arrest natuurlijk te laat, maar ook in België mag je dus aannemen dat voertuigen die in een privégarage of op een privéparking geparkeerd zijn nog steeds deelnemen aan het verkeer. En dat de BA-verzekeraar de schade aan de slachtoffers aldus nog steeds moet vergoeden.

Geef een reactie