BevoegdhedenFeaturedStaat & BestuurVerkiezingen

Wat is confederalisme nu eigenlijk?

© Tijl Vercamer, Betoging Staatsvorming 6 mei 2007 Vlag van de Vlaamse gemeenschap, gepubliceerd op 6 mei 2007 via www.flickr.com/photos/skender/486802087

Bij de moeilijke regeringsonderhandelingen heeft men het opnieuw over het confederalisme, de droom van N-VA en de gruwel van de Franstalige partijen. Maar wat is dat confederalisme nu net en is het confederale gedachtengoed van N-VA wel echt zo confederaal?

Wat is een confederale staat?

België is tot op heden een federale staat die bestaat uit deelstaten die samen gebonden zijn vanuit de grondwet en waarbij vanuit een overkoepelende federale overheid bevoegdheden aan de deelstaten worden overgedragen. Die bevoegdheidsoverdracht werd al verschillende keren uitgevoerd, telkens onder het mom van een zogenaamde (moeilijke) staatshervorming. Bij de meest recente zesde staatshervorming werden bijvoorbeeld nog de bevoegdheden omtrent het Rampenfonds, de binnenscheepvaart en de woninghuur (deels) overgedragen.

Net zoals bij een federale staat bestaat ook een confederale staat uit deelstaten. Bij een confederale staat wordt de logica echter omgekeerd. Hierbij bevinden alle bevoegdheden zich op het decentraal niveau en stellen de decentrale overheden een verdrag op om bevoegdheden waarvoor ze willen samenwerken naar een centrale confederale overheid over te dragen. Hierbij kunnen de deelstaten veel zelf bepalen en krijgen ze een volwaardige financiële en fiscale autonomie. Ze kunnen zelf beslissen wat er met het belastinggeld moet gebeuren.

Voordelen en nadelen van een confederale staat

Het grote voordeel van een confederale staat is dat het eenvoudiger is om het beleid af te stemmen op de regionale noden. Bovendien voorkomt men de blokkering van een federale overheid, wat een weerslag heeft op de regionale overheden, waarbij verschillende verkozenen voornamelijk opkomen voor de belangen van hun regionaal kiespubliek.

Een confederale staat kent echter ook nadelen omdat het nog moeilijker wordt om raakvlakken te vinden binnen de centrale overheid, aangezien elke regionale staat nu over een vetorecht beschikt. Hierdoor kunnen de deelstaten steeds verder uit elkaar groeien en ontstaan er op termijn totaal verschillende systemen en regels die niet langer binnen een federaal kader beperkt zijn. Dit kan ook in welvaartsverschillen en migratiepatronen resulteren.

Deze nadelen zorgen ervoor dat een confederale staat vaak niet meer is dan een overgangsfase naar een eerder gecentraliseerde overheid (via samenwerking evolueren naar één centrale overheid) of naar een ontbinding van een staat (de samenwerking terugschroeven en elk een eigen weg opgaan). Dat eerste was bijvoorbeeld het geval voor Zwitserland (tot 1848) dat uiteindelijk tot een bondstaat evolueerde of de Verenigde Staten (tot 1789) dat uiteindelijk een federatie van staten vormde. Aan het andere kant van het spectrum vinden we dan weer Servië en Montenegro die tot 2006 een confederatie vormden en uiteindelijk onafhankelijk werden.

Confederalisme à la Belge

Wat N-VA echter bepleit, valt niet helemaal onder de definitie van een confederale staat en wordt daarbij ook als een echte oplossing en niet als een tussenoplossing beschouwd, hoewel dat niet helemaal strookt met de ideologie van de onafhankelijkheidsgezinde partij. Daarom spreken we in principe beter niet over confederalisme maar over een eigen Belgische variant die een aantal confederale kenmerken vertoont. Politicologen noemen het daarom ook wel eens confederalisme à la Belge.

Het confederalisme à la Belge dient voornamelijk een democratisch doel en moet beide delen van het land het gekozen beleid geven zonder de samenwerking stop zetten. Het houdt onder andere in dat de provincies verdwijnen en dat ook de Kamer en de Senaat op de schop gaan, in ruil voor een niet-rechtstreeks verkozen parlement met volksvertegenwoordigers die worden afgevaardigd uit de deelstaten. De Belgische regering blijft bovendien behouden maar zou nog slechts uit zes ministers bestaan, waarvan twee afkomstig uit de deelstaatregeringen. Hierdoor wijkt het verregaand af van de klassieke confederaties waarbij er een overlegorgaan is en waarbij de deelstaten zich eenvoudig kunnen beperken tot hun vetorecht. In het confederalisme à la Belge worden ze gedwongen tot samenwerking op een hoger orgaan, zoals dat ook vandaag de dag het geval is.

Het confederalisme à la Belge houdt bovendien ook rekening met de typische Belgische problemen, bijvoorbeeld door ook een aparte regio Brussel-Hoofdstad op te richten. Deze regio zou dan wel over grondgebonden bevoegdheden beschikken, maar andere bevoegdheden zoals gezondheidszorg en onderwijs zouden dan weer bij het Vlaams en Waals niveau liggen. Daarbij zouden de inwoners dan zelf een keuze moeten maken tussen de twee systemen en eveneens tussen de systemen over kunnen stappen. Ook dat strookt dus niet met het confederale gedachtegoed dat normaliter uitgaat van stevige scheidingslijnen.

Onmogelijk om snel te realiseren

Het confederalisme à la Belge vergt een moeilijke evenwichtsoefening en is niet snel en eenvoudig te realiseren. Er moeten administraties worden gesplitst en de bureaucratie dient op een volledig andere manier te gaan draaien. Het is dan ook veeleer een proces, net zoals dat ook in andere landen het geval was. Veel meer dan een intentieverklaring om naar een confederale staat te evolueren, zit er op korte termijn dan ook niet in.

De problemen die de voorbije staatshervormingen met zich hebben meegebracht, zullen ook hierbij gegarandeerd opdoemen want het confederalisme à la Belge zal nog steeds vanuit de federale overheid moeten worden gerealiseerd. De benodigde meerderheden om de Grondwet aan te passen bemoeilijken dat. De Franstalige partijen verzetten zich bovendien vooral tegen het splitsen van de sociale zekerheid en de logische welvaartswijziging, veeleer dan tegen het toegenomen bevoegdheidspakket waarover ze zouden kunnen beschikken. Ook zij zijn per slot van rekening vragende partij om het beleid beter af te stemmen op het eigen kiespubliek, maar vrezen vooral de economische en sociale gevolgen. Ook de verdeling van de staatsschuld speelt daarbij geen onbelangrijke rol. Onlogisch is die tweedracht in elk geval niet, want veel meer dan een splitsing van het land houdt het confederalisme à la Belge een sociale en economische autonomie in, maar dan in een confederaal jasje.

Voor de rechtse Vlamingen is dat, vanuit fiscaal en sociaal oogpunt, in principe een goede zaak. Maar de Nederlandstalige partijen vinden het vooral onrealistisch of zelfs onmogelijk om een confederalisme à la Belge vanuit de huidige federale staat uit te werken. Ze vrezen de federale stilstand en de onmogelijkheid om daarbij efficiënt te regeren, wat dan weer in de kaarten speelt van de onafhankelijkheidsgezinde partijen. De economische gevolgen van zo’n stilstand zouden bovendien ook voor Vlaanderen voelbaar zijn. De Vlaamse vrees voor het verliezen van het kiespubliek, de Waalse welvaartsvrees en een aantal unitaire partijen maken van het confederalisme à la Belge niet meer dan een theoretische denkoefening die praktisch vrijwel niet te realiseren valt.

Geef een reactie