FeaturedStaat & Bestuur

6 bizarre Belgische wetten die nog steeds bestaan

In een eerder artikel had ik het over enkele gekke wetten die pas recent werden afgeschaft. Zo mogen we opnieuw affiches hebben met zwarte letters op een witte achtergrond en mogen buitenlanders sinds 2005 opnieuw duiven houden op Belgisch grondgebied. Toch zijn er nog steeds een aantal vreemde wetten die tot op heden niet werden afgeschaft of aangepast. Vooral volgende zes wetten, reglementen en decreten zijn bijzonder te noemen.

Familie Oranje-Nassau is verbannen voor de eeuwigheid

Het decreet nr. 5 van 24 november 1830 betreffende de eeuwige uitsluiting van de familie Oranje-Nassau van enige macht in België is niet een van de kleinste, want het behoort tot een van de drie grondwettelijke teksten in België. Eigenlijk komt het decreet erop neer dat het de familie Oranje-Nassau voor eeuwig van de macht ontzegt in België.

Den volksraed verklaert dat de leden van het stamhuys van Oranje-Nassau voor altyd uyt alle magt of gezag in België uitgesloten zyn.”

Hierdoor kan de Nederlandse koninklijke familie nooit de Belgische troon bezetten, kunnen ze nooit toegang krijgen tot de Belgische overheidssector of kunnen ze zich niet verkiesbaar stellen in België.

Het hoeft niet te verbazen dat het decreet niet strookt met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens of de regels inzake vrij verkeer. Er werden al talloze pogingen ondernomen om het decreet aan te passen, maar omdat het om een grondwettelijke tekst gaat is daarvoor een grondwettelijke meerderheid nodig. Die werd tot op heden nog niet gevonden. In 2014 deed N-VA nog een poging, maar ving bot.

De kwestie deed zich in de praktijk zelfs al een enkele keer voor, toen Joséphine-Charlotte van Saksen-Coburg in 1953 huwde met Jean Benoît Guillaume Marie Robert Louis Antoine Adolphe Marc d’Aviano, een telg van het huis Oranje-Nassau. Gelukkig werd hij later gewoon groothertog Jan van Luxemburg en moest de wet nooit worden ingeroepen.

De foute Belgische driekleur

De aanvankelijke Belgische driekleur had, in die volgorde, de kleuren rood, geel en zwart. Zij waren horizontaal gepositioneerd. Het werd dan ook op die manier in de Belgische grondwet ingeschreven (artikel 193):

De Belgische Natie kiest als kleuren rood, geel en zwart, en als rijkswapen de Belgische Leeuw met de kenspreuk EENDRACHT MAAKT MACHT.”

Pas in 1831 hebben we vervolgens besloten om onze driekleur verticaal te positioneren. Hiermee wouden we ons afzetten van de Nederlanders die ook een horizontaal gepositioneerde vlag hadden. De haat zat klaarblijkelijk heel diep. Maar omdat de heraldische traditie eist dat de donkerste kleur het dichtst bij de vlaggenstok wordt geplaatst, hebben we dan ook maar meteen zwart en rood van plaats omgedraaid. Omdat de Grondwet zich zo moeilijk laat aanpassen, is deze bepaling altijd ongewijzigd gebleven.

Deurwaarder moet van je laatste koe blijven

Wanneer je met onbetaalde facturen zit, komt de deurwaarder vroeg of laat bij je aankloppen. Die mag dan wel je Playstation of schilderijen meenemen, maar moet anderzijds de minimale levensvoorwaarden waarborgen. Om te verduidelijken wat daaronder valt, is er in artikel 1408 van het Gerechtelijk Wetboek een lijst opgenomen met goederen die de deurwaarder niet in beslag mag nemen. De lijst is op zijn zachtst gezegd niet langer actueel:

Behalve op zaken, niet vatbaar voor beslag verklaard door bijzondere wetten, mag ook geen beslag worden gelegd: […] een koe, of twaalf schapen of geiten, naar keuze van de beslagene, alsmede een varken en vierentwintig dieren van de hoenderhof, met het stro, voeder en graan, nodig voor het strooisel en de voeding van dat vee gedurende één maand.”

Nu nog kiezen of je één koe of twaalf schapen opoffert.

Maar leger mag wel je hond meenemen

Op 10 september 1939, toen de vrees voor een oorlog met het Duitsland van Adolf Hitler steeds realistischer werd, verscheen het Reglement over de militaire opeischingen in het Belgisch Staatsblad. Dit reglement regelt wat het leger in oorlogs- en vredestijd van de burgers mag opeisen. Daaronder valt bijvoorbeeld jouw “paard, hond of os” voor “het trekken van de voertuigen bij het leger”. Het reglement is nooit opgeheven. Altijd handig natuurlijk wanneer onze tanks zonder brandstof komen te zitten.

Oogstresten rapen en bijenzwermen claimen

Voor een aantal andere pareltjes moet je in het Veldwetboek van 1886 zijn. Het Veldwetboek wordt nog steeds veelvuldig gebruikt om de verhoudingen tussen buren te regelen. Zo bevat het bijvoorbeeld de regels voor het onderhoud van de haag tussen twee erven. Andere regels zijn vandaag de dag misschien wel minder relevant. Denk bijvoorbeeld aan artikel 14 Veldwetboek dat regelt onder welke voorwaarden je eigenaar blijft van een bijenzwerm.

De eigenaar van een bijenzwerm heeft het recht er opnieuw bezit van te nemen, zolang hij niet opgehouden heeft hem te volgen of terug te vorderen. Anders behoort de zwerm toe aan de eerste bezitnemer en, bij gebreke van een eerste bezitnemer, aan hem die de eigendom of het genot heeft van de grond waarop de zwerm zich heeft neergezet.”

Maar nog opmerkelijker is misschien wel het recht om de aardappelen, maïskolven of andere beplantingen op te rapen nadat de landbouwer heeft geoogst (artikel 11 Veldwetboek):

Alleen bejaarden, gebrekkigen, vrouwen en kinderen beneden twaalf jaar mogen van zonsopgang tot zonsondergang aren lezen en naharken in de plaatsen waar zulks gebruikelijk is en slechts in niet-omheinde, op het grondgebied van hun gemeente gelegen velden waar de oogst geheel ingezameld en weggehaald is.”

Voor de bejaarden, ‘gebrekkigen’ en kinderen die meteen willen gaan naharken, ook dit nog:

Aren lezen mag slechts met de hand geschieden; naharken met behulp van een hark met ijzeren tanden is verboden.”

De Hoge Raad voor de Landbouw heeft al verschillende keren aangegeven dat zij dit recht liefst formeel afgeschaft zien. Uiteindelijk werd er zelfs een bijzondere commissie aangesteld die moest nagaan hoe de wetgever het recht kan hervormen opdat alleen nog de allerzwaksten in de samenleving aren mogen lezen. Tot op heden is dat echter nog steeds niet aangepast.

Vertalen is niet eenvoudig

Wanneer een gerechtsvertaler of -tolk optreedt in migratierechtelijke procedures, moet hij of zij een eed afleggen. Aanvankelijk werd die eed in het Frans opgesteld en later werd de eed naar het Nederlands vertaald. De vertaling is niet alleen foutief, maar het bevat ook gallicismen, ambiguïteiten en is doordrenkt met archaïsch taalgebruik. Tot op heden worden de gerechtsvertalers en -tolken nog steeds gedwongen om diezelfde foute eed af te leggen:

Ik zweer getrouwelijk de gezegden te vertolken welke aan personen die verschillende talen spreken, moeten overgezegd worden.”

Geef een reactie