De burgerLeven & Wonen

Wat moet er gebeuren met overhangende takken van de buurman?

Overhangende takken blijken al eens een bron van frustratie te zijn, want wel vaker zorgen ze voor burenruzies die in een bezoekje aan de rechtbank resulteren. Nochtans is de wetgeving heel duidelijk over deze problematiek en werden daar al in 1886 afspraken over gemaakt. De ongelofelijke precisie waarmee het Veldwetboek in dat jaar werd uitgewerkt, toont aan dat dergelijke burenruzies van alle tijden zijn. Maar wat zegt dat Veldwetboek nu precies over de problematiek van overhangende takken en bomen nabij de perceelsgrens?

Afstand tot de perceelsgrens

De exacte afstand tussen een boom en de perceelsgrens is afhankelijk van het type boom. Een hoogstammige boom moet op minimaal twee meter afstand van de scheidingslijn staan. Die afstand wordt berekend vanaf de kern van de boom. Voor laagstammige bomen volstaat het dat de boom op vijftig centimeter van de perceelsgrens staat. Fruitbomen mogen dan weer als leiboom worden gebruikt, dit zijn bomen waarvan de takken geleid worden in een bepaalde richting. Hierdoor mogen leibomen gewoon op de perceelsgrens staan. Hier is geen minimumafstand van toepassing.

Indien de buur deze regels niet respecteert, mag je de buurman verzoeken om de boom te vellen. Dan is het probleem van de overhangende takken meteen verholpen. Dat is echter alleen mogelijk als de boom niet meer dan 30 jaar op dezelfde plek staat (verjaringstermijn) en als er geen erfdienstbaarheid overeen werd gekomen met jezelf of met de vorige eigenaar.

Wat met overhangende takken?

Als de boom niet hoeft geveld te worden, kan een boom nog steeds grote proporties aannemen en kan je te maken krijgen met overhangende taken. Ook hier is het Veldwetboek duidelijk: je mag de buurman verzoeken om overhangende takken af te snijden. Zo nodig mag de buurman daarvoor op jouw erf komen, dat noemen we het ladderrecht. Zelf mag je de takken van de boom niet zomaar snoeien, tenzij de buren daarvoor hun toestemming verlenen. En anders moet je naar de vrederechter om daar toestemming voor te krijgen. Het Veldwetboek maakt wel duidelijk dat dit niet nodig is bij doorschietende wortels. Die mag je gewoon zelf weghakken.

Bijzonder is wel dat hetzelfde artikel aangeeft dat de vordering tot het weghakken van wortels of afsnijden van takken niet kan verjaren. Die bepaling staat al langer ter discussie en recent werd daarover nog een prejudiciële vraag gesteld aan het Grondwettelijk Hof. Het Grondwettelijk Hof concludeerde uiteindelijk dat er geen sprake is van een schending van de Grondwet en bevestigde dat verjaring inderdaad niet mogelijk is. Je mag dus altijd vragen om overhangende takken te snoeien, zelfs al hangen ze al sinds jaar en dag over je erf.

Wat met het fruit?

Gaat het om een fruitboom? Dan mag je niet zomaar het fruit plukken van de overhangende takken. Dat fruit hoort immers nog steeds toe aan de buurman die, op basis van zijn ladderrecht, kan vragen om jouw erf te betreden en zijn fruit te plukken. Wel mag je het fruit dat vanzelf op je eigendom valt, oprapen en houden. Daarop heeft de buurman dan weer geen recht.

Uitzonderingen bij een gemene boom

In artikel 34 Veldwetboek lezen we: “bomen die in een gemene haag staan, zijn eveneens gemeen”. Zo’n gemene bomen behoren aan beide grondeigenaars toe en daarvoor gelden dan ook een aantal uitzonderingen. Zo mag elke eigenaar eisen dat de gemene boom wordt gerooid en heeft elke eigenaar recht op de helft van de vruchten, ongeacht of en waar die vruchten zijn gevallen.

Geef een reactie