In de pers

Een pleidooi voor de “advocaat-sjoemelaar”: is de advocatuur wel echt “rotslecht”?

In Knack verscheen recent een cijfermatig artikel over het aantal tuchtprocedures tegen advocaten. Dit artikel impliceerde een toename van het aantal mistoestanden in de advocatuur. Wij gingen grasduinen: is de advocatuur wel echt "rotslecht"?

Lang niet iedere advocaat is een Saul Goodman.Lang niet iedere advocaat is een Saul Goodman.

Vorig jaar werden ruim 1.200 tuchtonderzoeken opgestart tegen Vlaamse advocaten, wat synoniem staat met bijna vijf tuchtonderzoeken per dag”. Knack berichtte hier uitgebreid over en kopte zelfs met: “Als zelf je advocaat over de schreef gaat”. Hierop volgende: een artikel boordevol onheilspellende berichten dat hoe dan ook heel wat persaandacht kreeg. Toch is het lang geen zwart-witverhaal, tijd om enkele cijfers tegen het grijze licht te houden.

De cijfers zijn niet het probleem

Voor alle duidelijkheid: de cijfers die in Knack gebruikt werden behoeven geen kritiek. De Orde van Vlaamse Balies vroeg inderdaad aan de verschillende Vlaamse afdelingen hoeveel klachten zij registreerden. Het aantal klachten verviervoudigde de voorbij vier jaar en in Brussel ging het zelfs om een stijging van 600%. Hallucinante cijfers, althans als je niet een en ander binnen hun context zien kan.

We houden zeker geen pleidooi om alle advocaten vrij te pleiten – maar enige relativering is natuurlijk wel op zijn plaats.

Toename aantal advocaten

Een eerste relativering vinden we bij een toename van het aantal advocaten in Vlaanderen. Ook Bernard Mailleux, stafhouder van de balie te Limburg, gaf dat al terecht aan. Onze samenleving is sterk gejuridiseerd en er volgen steeds meer rechtszaken. Samen met die juridisering steeg ook het aantal Vlaamse advocaten en de concurrentie op de markt. Ten opzichte van 2007 stonden er vorig jaar ruim 2.000 advocaten extra op de teller – een toename van ongeveer 25%. In het licht gehouden van die toename en de stijging van het aantal rechtszaken, zou het eerder verwonderlijk zijn als het aantal tuchtonderzoeken stabiel bleef.

Toegegeven: een stijging van 25% beoefenaars ten opzichte van een verviervoudiging van het aantal tuchtdossiers is zeker nog niet een afdoende verklaring. We grasduinen verder.  

Tuchtonderzoeken en tuchtklachten zijn niet hetzelfde

Alex Tallon, bestuurder deontologie OVB, en Lieve Kenis, Juriste Deontologie OVB, gaven het ook al aan in het Rechtskundig weekblad: “tuchtonderzoeken” en “tuchtklachten” zijn niet hetzelfde. Het is inderdaad zo dat de journalist van Knack beide begrippen verkeerdelijk door elkaar gebruikt. In de praktijk ging het om 1.200 tuchtklachten. Die klachten worden allemaal onderzocht door de stafhouder – waar waarschijnlijk de misvatting in het artikel zal geslopen zijn. Het is echter zo dat slechts een deel van de klachten ook effectief in een tenlastelegging zullen resulteren. In 2016 ging het in totaal om 182 tenlasteleggingen. Er volgden 84 uitspraken en een gedeelte hiervan waren bovendien ook vrijspraken – een pak relatiever dan te koppen met  ‘1.200 tuchtonderzoeken’.

We zien hetzelfde trouwens ook elders in het artikel terugkomen: “Vorig jaar werden 17 inbreuken vastgesteld waarbij de advocaat het derdengeld voor persoonlijke uitgaven gebruikte”. Ook dit cijfer gaan we niet weerleggen – cijfers zijn wat ze zijn. Toch moeten we opnieuw aanhalen dat tenlasteleggingen niet noodzakelijk altijd een deontologische fout zullen inhouden. Ook neemt de auteur automatisch aan dat inbreuken op het reglement derdengelden automatisch “fraude met andermans geld” is – of impliceert dat minstens. Niets is echter minder waar: ook administratieve tekortkomingen kunnen een deontologische fout impliceren – toch wel een groot verschil met wat de auteur laat uitschijnen.  

Maar toch: een stijging van het aantal klachten

Het aantal klachten is toch toegenomen?!”, horen we sommigen misschien al beweren.   Lijkt het alsof we muggenziften? Ook wij gaan zeker de toename van het aantal klachten niet ontkennen. Toch moeten we aanhalen dat zo’n klachten ongegrond kunnen zijn en geseponeerd kunnen worden, waardoor die cijfergegevens de nodige voorzichtigheid vergen. Beter was geweest om het aantal deontologische tekortkomingen en veroordelingen te tellen en te vergelijken met vorige jaren – dat zou een objectievere maatstaf geweest zijn.

Bovendien moeten we de toename van het aantal klachten ook terugkoppelen naar de bevolking zelf: zijn zij niet een pak mondiger geworden en is het juridisch systeem niet beter ingeburgerd dan vroeger? Het zijn kritische vragen die wij onszelf stellen en waarop we geen antwoord durven formuleren – we laten het over aan de befaamde scriptiestudent. Toch moeten deze overwegingen mee in rekening worden gebracht.

De professionalisering van het tuchtsysteem

Verder rest ons nog een ander pijnpunt, zoals Bernard Mailleux reeds eerder aanhaalde: het tuchtsysteem is sinds de wetswijziging van 2006 sterk geprofessionaliseerd. Het ons-kent-onssfeertje gaat er steeds meer uit, waardoor de toename van het aantal tuchtuitspraken misschien een logisch én net positief gevolg is.

Conclusie

De cijfers betekenen iets – maar wat, dat is niet duidelijk. Dat het per se impliceert dat advocaten steevast over de schreef gaan, zoals het artikel aangeeft, staat niet vast. Naar alle waarschijnlijkheid zal het eerder een samenraapsel van factoren zijn, gaande van een toegenomen concurrentie op de advocatenmarkt tot een grotere juridisering van de samenleving. En als de oorzaak gedeeltelijk ligt bij de professionalisering van de tuchtprocedure, dan kunnen we er net een positieve boodschap van “transparantie” en “gerechtigheid” mee verbinden.  

Onze conclusie: het is maar hoe je het interpreteert. Maar dat het lang niet zo slecht zal zijn zoals het artikel impliceerde, dat is alvast duidelijk.  

Geef een reactie