Proces

Geen vermelding van beroep meer in rechtsplegingsakten

Vroeger werd het beroep van de betrokken in de akten van de rechtspleging opgenomen. Het ging om een verplichte vermelding ter identificatie van de betrokkenen. Deze verplichte vermelding werd soms zelfs op straffe van nietigheid voorgeschreven. Vanaf 10 januari 2019 komt de verplichte vermelding te vervallen. Dat is het gevolg van de Wet van 21 december 2018 houdende diverse bepalingen betreffende justitie (BS 31 december 2018).

In welke rechtsplegingsakten werd het beroep opgenomen?

De verplichte vermelding van het beroep wordt nu in alle rechtsplegingsakten geschrapt. Het gaat onder andere om de verzoekschriften, de gerechtsdeurwaardersexploten, de akten van hoger beroep, de beslagexploten, de boedelbeschrijvingen en de pv’s van het getuigenverhoor.

Op basis van artikelen 130 tot en met 134 van de aangehaalde Wet van 21 december 2018 is het mogelijk om aan te geven uit welke rechtsplegingsakten het beroep nu definitief wordt geschrapt. Hieronder vind je een uitgebreid overzicht met telkens een verwijzing naar het betrokken en aangepast artikel in het Gerechtelijk Wetboek.

Gewijzigd artikel Rechtsplegingsakte
Art. 43, lid 1, 2° Ger. W. Exploot van betekening
Art. 816, lid 1 Ger. W. Akte ter hervatting van geding
Art. 934, lid 1 Ger. W. Opgave van zijn gegevens getuige, alvorens te worden gehoord
Art. 941, lid 1 Ger. W. Opgave van gegevens van andere getuigen die door een partij worden voorgedragen
Art. 949, 4° Ger. W. Het proces-verbaal van getuigenverhoor
Art. 961/2, lid 4 Ger. W. Schriftelijke verklaring (getuigenbewijs)
Art. 1026, 2° Ger. W. Het eenzijdig verzoekschrift
Art. 1034ter, 2° Ger. W. Het verzoekschrift op tegenspraak
Art. 1057, lid 1, 2° Ger. W. De akte van hoger beroep
Art. 1158, 3° Ger. W. Het proces-verbaal van verzegeling
Art. 1173, 2° Ger. W. Het proces-verbaal van ontzegeling
Art. 1173, 3° Ger. W. Het proces-verbaal van ontzegeling
Art. 1183, 1° Ger. W. De boedelbeschrijving
Art. 1226, § 2, lid 1, 2° Ger. W. Verzoekschrift op grond van het vermoeden van afwezigheid, de verklaring van afwezigheid en de gerechtelijke verklaring van overlijden
Art. 1253ter, lid 1 Ger. W. Verzoekschrift bij vorderingen betreffende de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit familiale betrekkingen
Art. 1316, lid 2 Ger. W. Uittreksel uit de beslissing van scheiding bij opname in het Belgisch Staatsblad
Art. 1344bis, lid 2, 2° Ger. W. Verzoekschrift voor vorderingen inzake de huur van goederen
Art. 1344octies, lid 2, 2° Ger. W. Verzoekschrift tot instelling van vordering tot uithuiszetting (de nieuwe krakerswet)
Art. 1371bis, lid 1 Ger. W. Verzoekschrift ter vordering tot toewijzing, afschaffing of verplaatsing van een uitweg
Art. 1390bis, lid 2, 1° Ger. W. Bericht van delegatie (Centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht collectieve schuldenregeling en protest)
Art. 1432, lid 2, 2° Ger. W. Deurwaardersexploot voorafgaand aan het bewarend beslag op onroerend goed
Art. 1501, lid 1 Ger. W. Vermelding gegevens meerderjarige getuige in het proces-verbaal, bij uitvoerend beslag op roerende goederen
Art. 1557, lid 2 Ger. W. Uittreksel uit de akte van toewijzing (uitvoerend beslag op zeeschepen en binnenschepen)
Art. 1564, lid 5 Ger. W. Bevel voor uitvoerend beslag op onroerend goed
Art. 1571 Ger.W. Vermelding van weigering door de deurwaarder op de kant van het tweede beslag, indien er reeds vroeger een beslag op onroerend goed werd overgelegd en overgeschreven
Art. 1598, lid 3 Ger. W. Uittreksel uit de akte van toewijzing bij uitvoerend beslag op onroerend goed
Art. 1675/4, § 2, 2° Ger. W. Verzoekschrift bij vordering tot collectieve schuldenregeling
Art. 1675/4, § 2, 6° Ger. W. Verzoekschrift bij vordering tot collectieve schuldenregeling
Art. 1675/16bis, § 3, lid 1 Ger. W. Verklaring waaruit blijkt dat de verbintenis onevenredig is met zijn inkomsten en met zijn vermogen (collectieve schuldenregeling)

Waarom wordt het beroep nu geschrapt?

De schrapping van het beroep uit de rechtsplegingsakten komt ingevolge een standpunt van de Gegevensbeschermingsautoriteit. De Gegevensbeschermingsautoriteit heeft immers aangegeven dat het beroep geen enkele meerwaarde biedt omdat het een weinig betrouwbaar gegeven is dat hoofdzakelijk gebaseerd is op de verklaring van de betrokkene.

Geef een antwoord