BoeteGevangenisstrafStraf

Hoe bestraft men het brengen van een Hitlergroet?

In België hebben we dan wel de Negationismewet die onder andere het proberen rechtvaardigen van de genocide tijdens de Tweede Wereldoorlog bestraft, toch is het brengen van een Hitlergroet niet uitdrukkelijk strafbaar gesteld. Wel biedt de Belgische strafwetgeving voldoende mogelijkheden om het al dan niet kwaadwillig brengen van de Hitlergroet te vervolgen en kan het zelfs aanleiding geven tot een strafverzwaring.

Hitlergroet strafbaar als aanzettingsmisdrijf

Meestal vervolgt men in België het brengen van de Hitlergroet als een aanzettingsmisdrijf. Het gaat dan om het in het openbaar aanzetten tot discriminatie, segregatie, haat of geweld. Hiervoor is er een bijzonder opzet vereist. Er moet met andere woorden een bijzondere wil zijn om tot haat, geweld, discriminatie of segregatie aan te zetten. Opdat het brengen van de Hitlergroet als aanzettingsmisdrijf strafbaar zou zijn, moet er aan een aantal voorwaarden zijn voldaan:

  • De uitgebrachte Hitlergroet moet andere personen aanzetten om iets te doen en de dader moet dan ook het voornemen hebben om anderen tot een bepaald gedrag aan te zetten. Het gaat dan ook verder dan het louter uiten van ideeën of kritiek, maar het volstaat wel dat het andere inspireert tot een sterke afkeer of een algemene negatieve houding. Het gaat hier ook niet om het beledigen van iemand, hetgeen uiteraard ook als klachtmisdrijf strafbaar is.
  • Er moet worden aangezet tot discriminatie, segregatie, haat of geweld tegenover een groep, een gemeenschap of de leden van die groep of die gemeenschap;
  • De discriminatie, segregatie, haat of het geweld moet zijn oorsprong vinden in een beschermd criterium. Onder andere de Antiracismewet, de Antidiscriminatiewet en de Genderwet noemen een aantal beschermde criteria. Bij het brengen van de Hitlergroet denken we onder andere aan de nationale of etnische afstamming, de nationaliteit, het zogenaamd ras, de huidskleur, de afkomst, de seksuele geaardheid, de politieke overtuiging, de syndicale overtuiging, de gezondheidstoestand, de handicap of de genetische eigenschappen;
  • De uiting moet openbaar gebeuren, zoals op openbare bijeenkomsten of plaatsen. Ook plaatsen die niet openbaar zijn maar waar een aantal personen over het recht beschikken om te vergaderen of ze te bezoeken, worden met een openbare plaats gelijkgesteld. Dat is ook het geval indien op de niet-openbare plaats de beledigden én getuigen aanwezig zijn. Daarnaast spreken we ook van een openbare uiting bij geschriften, prenten of zinnebeelden die aangeplakt, verspreid, tentoongesteld of te koop worden aangeboden;
  • Er moet een bijzonder opzet aanwezig zijn. Hierdoor moet de dader ook een kwaadwillige bedoeling hebben, namelijk de intentie of hoop dat degene tot wie hij zich richt ook andere personen of groepen zal discrimineren, haten of hen geweld zal aandoen.

Indien er aan bovenstaande voorwaarden is voldaan, wordt het aanzettingsmisdrijf bestraft met een gevangenisstraf van één maand tot een jaar en/of met een geldboete van vijftig tot duizend euro en met een levenslange ontzetting van de rechten uit artikel 31 Strafwetboek (bv. het recht om verkozen te worden of om een adellijke titel te voeren).

Hitlergroet als aanzettingsmisdrijf in de rechtspraak

Er waren in het verleden reeds verschillende zaken waarbij men het uitbrengen van de Hitlergroet als een aanzettingsmisdrijf wilde sanctioneren.

De vereiste bijzondere opzet is daarbij niet altijd eenvoudig aan te tonen. Er was bijvoorbeeld een gemeentesecretaris die ten gevolge van een machtsinterventie van de politie “in de houding springt, de hielen tegen elkaar klakt, de rechterarm naar bovenbrengt en ondertussen ‘Heil’ roept”. Hierbij werd wel bewezen dat het ging om smaad ten aanzien van de politie, maar niet dat er sprake was van een bijzonder opzet om tot haat of geweld op te roepen. Daarom was er geen sprake van een aanzettingsmisdrijf.

Daarnaast werd er bijvoorbeeld ook al eens een provincieraadslid van Vlaams Blok vrijgesproken omdat de bijzondere opzet niet vaststond. Er kon immers maximaal worden vastgesteld dat het ging om “een gebogen armbeweging die kon worden geïnterpreteerd als ‘jullie kunnen de pot’ op”. Ook bij een ander gemeenteraadslid van Vlaams Blok was het onvoldoende duidelijk of het ging om een Hitlergroet of om “het schuin aanhouden van de arm om te vermijden dat de gedragen cape zou afzakken”.

Op 15 juli 1996 werd een Brussels gemeenteraadslid van Front National echter wel veroordeeld omdat het gemeenteraadslid tijdens de eedaflegging een Hitlergroet had uitgebracht en dit liet volgen door een haatdragend betoog. In dit geval was er duidelijk voldaan aan voorgaande voorwaarden. Dat was bijvoorbeeld ook het geval toen twee Nederlandse neonazi’s de Hitlergroet uitbrachten bij een bijeenkomst op een Duits militair kerkhof in Lommel, voor een driehonderd aanwezigen. En ook toen een groep voetbalsupporter na het bijwonen van een voetbalwedstrijd een Turkse familie benaderden en daarbij “ga naar Marrakesh” en “moslims moeten we hier niet hebben” scandeerden. Waarna een supporter dit lieten volgen door een Hitlergroet, naar zijn geslachtsdeel greep en zei dat dit de profeet Mohammed was. Toen oordeelde de correctionele rechtbank van Dendermonde dat het hier wel degelijk om een aanzettingsmisdrijf ging.

Hitlergroet strafbaar binnen de Negationismewet

In sommige gevallen wordt het uitbrengen van de Hitlergroet niet vervolgd als aanzettingsmisdrijf, maar als een inbreuk op de Negationismewet. De Negationismewet bestraft het openlijk ontkennen, schromelijk minimaliseren, het proberen te rechtvaardigen of het goedkeuren van de genocide die het Duitse Nationaalsocialistische regime tijdens de Tweede Wereldoorlog had gepleegd.

Hierop staat een gevangenisstraf van 8 dagen tot een jaar, een geldboete van 26 tot 5.000 euro en een ontzetting uit de rechten. Bovendien kan het vonnis worden aangeplakt en gepubliceerd in dagbladen. Binnen de Negationismewet is een strengere sanctionering mogelijk dan bij een aanzettingsmisdrijf.

Ook hier moet er aan een aantal voorwaarden zijn voldaan:

  • Het moet gaan om het ontkennen, schromelijk minimaliseren, pogen te rechtvaardigen of goedkeuren:
    • Ontkennen: het in de totaliteit loochenen van het bestaan van de genocide;
    • Goedkeuren: goedkeuring geven aan de genocide en het onderschrijven van de nazi-ideologie op dit punt;
    • Schromelijk minimaliseren: het op een erge, grove en beledigende wijze minimaliseren van de genocide;
    • Pogen te rechtvaardigen: pogingen ondernemen om de historische gegevens te herschrijven en zo de genocide op een aanvaardbare wijze voor te stellen;
  • Van de genocide die tijdens de Tweede Wereldoorlog werd gepleegd door het Duitse Nationaalsocialistische regime: het gaat enkel om deze specifieke genocide die tijdens deze periode werd gepleegd en omvat geen andere genocides of genocides die door andere bewinden werden gepleegd;
  • De daad van negationisme moet in het openbaar worden gesteld (zie eerder).

Let er vooral op dat er in dit geval geen bijzonder opzet is vereist. Wel gaat het vaak om meer dan alleen het louter uitbrengen van de Hitlergroet en zijn er ook andere veruitwendigingen benoembaar. In de praktijk is het vaak niet eenvoudig om aan te tonen dat het ook echt gaat om het rechtvaardigen, goedkeuren, ontkennen of schromelijk minimaliseren van de Holocaust. Hiervoor moet bijvoorbeeld ook kunnen worden aangetoond dat men überhaupt op de hoogte was van de daden die plaatsvonden tijdens de Holocaust.

Hitlergroet bestraffen met Negationismewet in de rechtspraak

Ook hier zijn er verschillende zaken geweest waarbij het uitbrengen van de Hitlergroet op basis van de Negationismewet werd vervolgd.

Dat was bijvoorbeeld het geval toen twee jongeren ten aanzien van hun leraar Frans, van joodse afkomst, de Hitlergroet uitbrachten, “Heil Hitler” riepen, hakenkruizen tekenden en hadden gezegd dat joden moordenaars zijn die baby’s, bejaarden en vrouwen van kant maken. In dit geval was het echter onvoldoende duidelijk of de uitspraken van de jongeren verwezen naar de Holocaust en dat zij voldoende op de hoogte waren van de gebeurtenissen in die periode, waardoor de feiten uiteindelijk werden geherkwalificeerd tot een strafbaar aanzettingsmisdrijf.

In een andere zaak had een man na een huiszoeking de Hitlergroet uitgebracht. Toen het volgens de rechter onvoldoende duidelijk was of de man wel op de hoogte was van de wreedheden van het naziregime, kon er ook niet worden aangetoond dat de man de Holocaust wou rechtvaardigen of goedkeuren. Ook toen volgde er geen veroordeling, zelfs niet voor een aanzettingsmisdrijf omdat het bijzonder opzet onvoldoende was aangetoond.

In nog een andere zaak was het bewijs groter. Toen had een man via zijn Twitteraccount de nazi-ideologie verheerlijkt en zich haatdragend uitgelaten ten opzichte van joden. Op Twitter postte hij onder andere een hakenkruisvlag, iemand die de Hitlergroet bracht en foto’s van Hitler. De man droeg tatoeages die naar het naziregime verwezen. Er werd een huiszoeking uitgevoerd, waarbij nazi-memorabilia werden aangetroffen. De rechtbank oordeelde hier dat de verheerlijking van het naziregime niet automatisch gelijkgesteld kan worden met een daad van negationisme. Uiteindelijk volgde een veroordeling als een aanzettingsmisdrijf, maar niet op basis van de Negationismewet.

Het toont aan dat het niet eenvoudig is om op basis van het uitbrengen van een Hitlergroet veroordeeld te worden op grond van de Negationismewet. Vereist is bijvoorbeeld dat de beklaagde voldoende op de hoogte is van de wreedheden van het Naziregime. Dat zal bij jongeren bijvoorbeeld niet snel het geval zijn, maar de mogelijkheid blijft wel om neonazi’s die over naziliteratuur beschikken op basis daarvan te vervolgen.

Strafverzwaring bij haatmisdrijven

Wanneer vervolging op basis van een ander misdrijf mogelijk is, kan het uitbrengen van de Hitlergroet in een strafverzwaring resulteren. Het moet dan gaan om een haatmisdrijf. In dat geval wil de dader de boodschap uitsturen dat bepaalde personen niet in de samenleving welkom zijn en er niet ten volle aan mogen anticiperen.

Enkel bij welbepaalde haatmisdrijven wordt er een strafverzwaring voorzien. Het gaat om specifieke misdaden die door haat worden geïnspireerd. Onder andere bij slagen en verwondingen, de aanranding van de eer of de goede naam van personen, vernieling van bouwwerken en het aanbrengen van graffiti wordt die mogelijkheid voorzien. Hierbij moet de dader een verwerpelijk motief hebben dat zijn basis vindt in de haat tegen, het misprijzen van of de vijandigheid tegen het slachtoffer op basis van een beschermd criterium (zie eerder). Vereist is echter niet dat dit de voornaamste drijfveer is, het kan dus ook naast een persoonlijke vete bestaan.

Voorbeelden uit de rechtspraak

Veel voorbeelden hebben betrekking op slagen en verwondingen met een haatmotief. Dat was bijvoorbeeld het gevoel toen een lid van Blood & Honour tijdens een cafébezoek een man van Indische afkomst aanviel, daarbij racistische uitspraken deed en na de aanval de hielen bij elkaar bracht, de Hitlergroet bracht en “Sieg Heil” riep. Toen was er volgens de rechter sprake van een haatmisdrijf.

Ook toen een man tijdens een burenruzie zijn buurman van Arabische afkomst “sale arabe” noemde, de Hitlergroet uitbracht en “Heil Hitler” riep, waarbij de buurman slagen kreeg toegediend, was er sprake van een haatmisdrijf. Bovendien was dat ook het geval voor het misdrijf belaging, want de man had ook naar de echtgenote van zijn buurman “varken” geroepen en de Hitlergroet uitgebracht, waarna hij een teken deed alsof hij haar wilde kelen.

Opdat er sprake zou zijn van een haatmisdrijf hoeft de Hitlergroet niet altijd tijdens de feiten worden gepleegd. Zo was er bijvoorbeeld een zaak waarbij een man van Afrikaanse afkomst door vijf skinheads werd aangevallen. Op het moment van de feiten waren er geen racistische uitingen. Bij de huiszoeking vond men echter wel posters van de “Ku Klux Klan” en “White Power”, net zoals foto’s waarop de beklaagde de Hitlergroet bracht. Dit volstond om te oordelen dat de aanval een haatmisdrijf was.

Kortom: indien de Hitlergroet wordt uitgebracht en indien dit wordt voorafgegaan door specifieke misdrijven, is het vaak veel eenvoudiger om het brengen van de Hitlergroet te sanctioneren.

 

 

 

Bronvermelding:

BORGHS, P., “Hitlergroet in Belgische strafwetgeving. Het brengen van de Hitlergroet als misdrijf of verzwarende omstandigheid”, NJW 2019, afl. 412, 822-832.

KERKHOFS, J. en HERBOTS, P., “Hitlergroet brengen is volgens meerdere wetten strafbaar”, Juristenkrant 2008, afl. 176, 5

Geef een reactie