GevangenisstrafStraf

Hoe zit het met de strafrechtelijke bescherming van het koningshuis?

De Belgische Koning geniet een bijzondere strafrechtelijke bescherming, maar dat geldt ook voor een aantal andere telgen van het huis van Saksen-Coburg. De Koninklijke familie is per slot van rekening geen gewone familie en hoort dan ook extra bescherming te genieten. Hieronder zijn de belangrijkste regels en bepalingen terug te vinden. Merk overigens op dat de bepalingen van het Strafwetboek nog steeds geschreven zijn alsof enkel mannen de troon kunnen bestijgen en vrouwen niet in de melk te brokkelen hebben. Zo genieten bijvoorbeeld enkel de broeders van de Koning bescherming, maar zijn zusters niet.

Aanslag op het leven van de Koning

De Koning geniet een bijzondere strafrechtelijke bescherming van zodra hij de grondwettelijk eed heeft afgelegd. Deze bijzondere strafrechtelijke bescherming eindigt pas bij zijn dood, troonsafstand of afzetting. Ook wanneer een Koning in de onmogelijkheid is om te regeren, blijft hij deze bescherming genieten. De bijzondere strafrechtelijke bescherming van de Koning is geregeld in artikel 101 Sw. (Strafwetboek).

Artikel 101 Sw. maakt een aanslag op het “leven of op de persoon van de Koning” strafbaar. Strafbaar zijn met andere woorden:

  • Een aanslag op het leven van de Koning: een aanslag met de bedoeling om de Koning te doden, ongeacht of het gewenste resultaat werd bereikt
  • Een aanslag op de persoon van de Koning: een aanslag zonder de bedoeling om de Koning te doden, ongeacht of het gewenste resultaat werd bereikt

Laat het duidelijk zijn dat dit ver gaat en dat zelfs aanslagen die geen enkel gevolg hebben gehad nog steeds strafbaar kunnen zijn. Bovendien moet het woord aanslag ook ruim worden geïnterpreteerd: hieronder valt niet alleen een aanslag op de fysieke integriteit, maar ook een aanslag op de persoonlijke vrijheid van de Koning (bv. ontvoering). Het gaat echter niet zover dat ook onopzettelijk aangebrachte letsels hieronder vallen (bv. verkeersongeluk).

Een inbreuk op artikel 101 Sw. wordt bestraft met een gevangenisstraf van 20 tot 30 jaar. Vereist is wel dat de dader op de hoogte was van de bijzondere hoedanigheid van de Koning. Wanneer dat niet het geval is, wordt de dader bestraft volgens de gewone strafbaarheidsregels die ook gelden voor de normale burger.

Aanslag op leden van de Koninklijke familie

Niet alleen de Koning geniet een bijzondere strafrechtelijke bescherming, maar ook de andere leden van het Koningshuis.

Artikel 102 Sw. voorziet in een bijzondere strafrechtelijke bescherming voor de vermoedelijke troonopvolger, momenteel Elisabeth Theresia Maria Helena van België. Een aanslag op “zijn” leven wordt gestraft met een levenslange opsluiting. De aanslag op “zijn” persoon wordt dan weer gestraft met opsluiting van 20 tot 30 jaar. Daarnaast is er wel een verzachtende omstandigheid gezien voor het geval waarin er geen sprake was van de schending van de vrijheid én er geen bloeduitstorting, verwonding en ziekte werd veroorzaakt bij de aanslag. In dat geval krijgt de dader een gevangenisstraf van 15 tot 20 jaar. Merk wel op dat dit strikt te interpreteren is: bij de lichtste vorm van bloedvergieten en zelfs bij een hematoom geldt de zwaardere straf van 20 tot 30 jaar opsluiting.

Vervolgens stelt artikel 103 Sw. aanslagen op het leven van andere telgen van de Koninklijke familie strafbaar. Het gaat om:

  • Het leven van de “Koningin”
  • Het leven van de Koning “zijn” bloed- en aanverwanten in rechte lijn
  • Het leven van de Koning “zijn broeders” die de staat van Belg hebben
  • Het leven van de regent (de bestuurder wanneer de Koning minderjarig is, het voor de Koning onmogelijk is om te regeren of bij een lege troon)
  • Het leven van de ministers die de grondwettelijke macht van de Koning uitoefenen (bv. de ministers die de macht van de Koning uitoefenden bij de abortuskwestie)

Artikel 103 Sw. voorziet in een gevangenisstraf van 10 tot 15 jaar en in een opsluiting van 5 tot 10 jaar als er geen vrijheidsberoving, noch bloeduitstorting, noch verwonding, noch ziekte werd veroorzaakt. Er is enkel voorzien in bescherming op het leven en niet op de persoon. Bij een aanslag op de persoon geldt natuurlijk het klassieke strafrecht.

Politieke aanslag tegen het Koningshuis

Niet alleen een aanslag op de individuen van de Koninklijke familie is strafbaar, maar ook aanslagen tegen het Koningshuis als instituut, bijvoorbeeld met het doel om de orde van troonopvolging te vernietigen of om een andere Koning aan de macht te helpen. Daarnaast is ook samenspanning, zelfs zonder uitvoering, strafbaar. Hieronder de relevante bepalingen.

Art. 104 Sw. Aanslag met het oogmerk om de regeringsvorm of de orde van troonopvolging te vernietigen of te veranderen Opsluiting van 20 tot 30 jaar
Art. 104 Sw. Aanslag met het oogmerk om de burgers of de inwoners de wapens te doen opnemen tegen het koninklijk gezag Opsluiting van 20 tot 30 jaar
Art. 106 Sw. Samenspanning tegen het leven of de persoon van de Koning, wanneer er nog geen daad volgde om de uitvoering voor te bereiden Opsluiting van 10 tot 15 jaar
Art. 106 Sw. Samenspanning tegen het leven of de persoon van de Koning, wanneer er wel al een daad volgde om de uitvoering voor te bereiden Opsluiting van 20 tot 30 jaar
Art. 107 Sw. Samenspanning tegen het leven of de persoon van de vermoedelijke troonopvolger, wanneer er nog geen daad volgde om de uitvoering voor te bereiden Opsluiting van 5 tot 10 jaar
Art. 107 Sw. Samenspanning tegen het leven of de persoon van de vermoedelijke troonopvolger, wanneer er wel al een daad volgde om de uitvoering voor te bereiden Opsluiting van 10 tot 15 jaar
Art. 108 Sw. Samenspanning tegen het leven of tegen de persoon van de Koninklijke familie (zie art. 103 Sw.) Opsluiting van 5 tot 10 jaar
Art. 111 Sw. Uitgebrachte voorstellen om een samenspanning te smeden tegen het leven van een van de bovenstaande personen, zonder dat anderen het voorstel hebben aangenomen Opsluiting van 1 tot 5 jaar

 

Strafbaarheid van het beledigen van de Koning

Ten slotte is er ook voorzien in de bestraffing van het beledigen van de Koning. Dit is niet geregeld in het Strafwetboek, maar in de wet van 6 april 1847 tot bestraffing van de beleedigingen aan den Koning. Deze wet bestraft het in het openbaar of in bijeenkomsten beledigen van de persoon van de Koning. De wet geeft bovendien aan dat de meest uiteenlopende uitlatingen in aanmerking komen, met inbegrip van kreten, bedreigingen, drukwerken, geschriften, prenten en zinnebeelden en dit ongeacht of ze tentoon worden gesteld, verkocht of rondgedeeld. Er is een gevangenisstraf voorzien van 6 maanden tot 3 jaar en een boete van 300 tot 3.000 euro.

Een gelijkaardige bepaling beschermt ook de leden van de Koninklijke familie, maar dan is de straf een gevangenisstraf van 3 maanden tot 2 jaar en een geldboete van 100 tot 2.000 euro.

Wet wordt zelden toegepast

Deze wet wordt natuurlijk niet vaak toegepast want anders zouden bijvoorbeeld ook cabaretiers als Geert Hoste vaak worden gedagvaard. In 2006 gebeurde het wel nog eens bij ene Paul Kenis uit Lommel, maar dat was dan ook een extreem geval.

Hij had in 2003, bij het assisenproces van PS-topman André Cools, de voorzitter van het assisenhof willen wraken. In zijn wrakingsverzoek stonden tal van beledigingen aan de assisenvoorzitter. Toen hij daarop werd vervolgd voor smaad aan een magistraat, bracht hij een onsamenhangend verhaal over hoe geheime netwerken voor talrijke moorden in België zouden zorgen. Volgens hem zou de beledigde assisenvoorzitter dan ook via die geheime netwerken bevelen hebben gekregen van de Koning. Een psychiatrisch onderzoek weigerde hij omdat “de psychiatrie een crimineel netwerk is van het gerecht.”

Na deze zaak, waarin hij werd vrijgesproken omdat schriftelijke beledigingen niet vervolgbaar zijn, ging hij echter op hetzelfde elan verder. Hij stuurde op een jaar tijd, op bijna 40 verschillende datums, brieven en mails naar toenmalig premier Guy Verhofstadt, minister van Justitie Marc Verwilghen, Europees commissaris Louis Michel en minister van Justitie Laurette Onkelinx. Daarnaast stuurde hij dezelfde brieven naar de politie van Lommel, de rechtbank van eerste aanleg in Hasselt en om een of andere reden ook naar De Lijn. De brieven waren in feite niet meer dan een opeenhoping van beledigingen aan de Koning. Uiteindelijk werd hij gedagvaard en leverde hem dat een 8 maanden effectieve celstraf en een boete op.

Andere staatshoofden beledigen mag wel

Daar stopt het overigens zo’n beetje. In België is er bijvoorbeeld geen wet die het beledigen van buitenlandse staatshoofden bestraft, in tegenstelling tot landen als Duitsland. Een gelijkaardige wet werd bij ons in 2005 geschrapt.

Geef een reactie