BevoegdhedenStaat & Bestuur

Wat is een ministeriële omzendbrief?

In het kader van de zaak-Chovanec hekelde Vincent Gilles, voorzitter van de VSOA-politievakbond, een ministeriële omzendbrief uit 2006 die aangeeft dat een politieagent jaarlijks 16 uur training moet volgen. Volgens hem te weinig, zeker wetende dat er jaarlijks nog maar 2 opleidingsuren voor conditietraining resten. Op de inhoud van de omzendbrief gaan we niet in, maar wel op de vraag wat zo’n omzendbrief is en wat de gevolgen van een omzendbrief zijn.

Betekenis van een ministeriële omzendbrief

Een ministeriële omzendbrief, ook wel eens een circulaire genoemd, is een brief die door een minister wordt verstuurd aan de organen of instellingen waarover hij het administratief of hiërarchisch gezag uitoefent. In de brief doet de minister een aantal richtlijnen uit de doeken. Vaak gaat een omzendbrief over de praktische toepassing of de interpretatie van wetgeving. Wat de exacte gevolgen van een omzendbrief zijn, is afhankelijk van het soort omzendbrief.

Voorbeeld van een omzendbrief

Een bekend voorbeeld van zo’n omzendbrief is de omzendbrief-Peeters. Deze omzendbrief preciseert bij de Vlaamse gemeentebesturen hoe zij de regels rond het taalgebruik moeten hanteren, met daarin een aantal controversiële passages over de taalgemeenten. Het hanteert daarbij een heel strikte interpretatie van het recht van de bevolking om gemeentelijke diensten in een andere bestuurstaal te ontvangen. De omzendbrief werd later bevestigd door andere omzendbrieven, zoals de omzendbrief-Keulen, en doorstond verschillende arresten van de Raad van State.

Indicatieve omzendbrieven

Een indicatieve omzendbrief is een omzendbrief met daarin aanbevelingen. De omzendbrief bevat richtlijnen waarvan de minister aangeeft ze te volgen wanneer hij individuele gevallen bestudeert. Het helpt de organen of instellingen bij het bepalen hoe zij de goedkeuring, schorsing of vernietiging van een beslissing bij de minister kunnen bekomen. Een indicatieve omzendbrief bevat echter alleen maar een voornemen van de minister, want de minister blijft verplicht om ieder geval afzonderlijk te onderzoeken en er zo nodig van af te wijken. Daarom is er bij een indicatieve omzendbrief ook geen rechterlijke toetsing mogelijk. Tegen de specifieke beslissing kan er natuurlijk wel worden opgetreden.

Interpretatieve omzendbrieven

Bij een interpretatieve omzendbrief geeft de minister instructies over hoe bepaalde wetten en besluiten moeten worden geïnterpreteerd en aldus ook worden toegepast. De interpretatieve omzendbrief bevat in principe alleen inlichtingen en ook hier geldt dat een rechterlijke toetsing van de interpretatieve omzendbrief niet mogelijk is, terwijl er natuurlijk wel weer kan worden opgetreden tegen de concrete toepassing ervan.

Verordenende omzendbrieven

Bij een verordende omzendbrief heeft de minister de bedoeling om dwingende regels te creëren die moeten worden nageleefd. Een omzendbrief met interpretaties kan een verordenende omzendbrief zijn wanneer de aangehaalde interpretatie op dringende en imperatieve wijze als de enige juiste interpretatie wordt aangehaald. Opdat een omzendbrief een verordenend karakter zou hebben, moet er aan vijf voorwaarden zijn voldaan:

  • De ministeriële omzendbrief moet nieuwe regels aan de bestaande regels toevoegen
  • De nieuwe regels moeten een abstract en algemeen karakter hebben
  • De opstellende overheid moet het doel hebben om de richtlijnen verplichtend te stellen
  • De omzendbrief moet door een overheid zijn opgesteld die de bevoegdheid heeft om hierover te beslissen (verordenend en discretionair)
  • De omzendbrief moet gericht worden aan diensten of personen die de opstellende overheid ook effectief bij de uitvoering van de wet helpen

Zo’n verordenende omzendbrief moet aan strengere regels voldoen. Zo moet het advies van de Raad van State worden ingewonnen, moet het worden bekendgemaakt en is de rechterlijke toetsing hier wel gewoon mogelijk.

Geef een reactie