De burgerOvereenkomsten

Onduidelijke clausule zorgt ervoor dat verzekeraar moet betalen bij diefstal

Volgens de vaste rechtspraak is het zo dat als er onduidelijke clausules in een verzekeringsovereenkomst staan, clausules die op verschillende manieren kunnen worden geïnterpreteerd, dat deze clausules in het voordeel van de verzekerde worden geïnterpreteerd. Voor verzekeraars is het dan ook heel belangrijk om erg duidelijk te zijn. Uit een recent arrest van 8 oktober 2021 blijkt dat dit zelfs zo is als de voor de verzekerde gunstige interpretatie een beetje vergezocht is.

Auto gestolen en discussie over de diefstaldekking

Bij deze zaak werd er in 2018 een auto gestolen. De auto werd nooit teruggevonden. “Gelukkig” had de eigenaar al in 2013 een omniumverzekering afgesloten. Deze omniumverzekering biedt een dekking tegen diefstal. Er is echter een probleem: in clausule 565 is opgenomen dat de diefstaldekking enkel geldt voor voertuigen met een waarde tussen 30.000 en 50.000 euro als deze voertuigen met een erkend antidiefstalsysteem of een erkend satellietvolgsysteem zijn uitgerust. En dat was bij de desbetreffende auto niet het geval.

Toen de verzekerde in 2013 de overeenkomst afsloot, had de auto een waarde van 47.338,51 euro (excl. btw). Toch houdt de man vol dat de verzekeraar dekking moet verlenen, omdat de marktwaarde op het moment van de diefstal geen 30.000 euro bedroeg. De verzekeraar volgde de redenering van de verzekerde niet en weigerde uit te betalen. Ook het hof van beroep van Luik volgde de verzekerde niet, waarop de verzekerde naar het Hof van Cassatie trok.

Onduidelijkheid over wat er met “waarde” wordt bedoeld

Het Hof van Cassatie herhaalde het aangehaalde beginsel dat in artikel 23 Wet verzekeringen van 4 april 2014 is opgenomen. Volgens dit artikel moeten de clausules in duidelijke en nauwkeurige bewoordingen worden opgesteld. Als er twijfel over een clausule bestaat, geldt de voor de verzekerde meest gunstige interpretatie. Vervolgens valt het Hof van Cassatie over het woord “waarde” dat in clausule 565 is opgenomen. Volgens het Hof van Cassatie is het niet duidelijk wat hiermee wordt bedoeld. De waarde op het moment van het onderschrijven van de verzekering? Of eerder de cataloguswaarde? Of toch eerder de werkelijke waarde op het moment van de feiten? En wat gezegd over de feitelijke verkoopwaarde?

Er zijn talloze interpretaties mogelijk en dus moet de voor de verzekerde meest gunstige interpretatie worden toegepast. En volgens de meest gunstige interpretatie ligt de waarde van de auto intussen lager dan 30.000 euro, waardoor er geen antidiefstalsysteem of erkend satellietvolgsysteem aanwezig diende te zijn. Kortom: de verzekeraar moet toch gewoon de schade vergoeden.

Geef een antwoord