BevoegdhedenStaat & Bestuur

Waals dierenwelzijnwetboek overleeft procedure tot vernietiging

De FWA (Fédération Wallonne de l’Agriculture) had de vernietiging gevraagd van een aantal bepalingen in het Waalse dierenwelzijnwetboek. Deze bepalingen gingen over uiteenlopende dierenwelzijnsthema’s zoals de voortplanting van dieren, het houden van dieren, het verschaffen van onderdak aan dieren, dierenmarkten, publiciteit met betrekking tot het verhandelen van dieren en het doden van dieren. Volgens de FWA was het Waalse Gewest onder meer haar boekje te buiten gegaan en was er sprake van een bevoegdheidsoverschrijding.

Waals dierenwelzijnwetboek houdt grotendeels stand

De opgelegde vergunning voor het houden van een dier werd niet vernietigd, hoewel de Raad van State er zich eerder nog kritisch over had uitgelaten. Deze bepaling maakt namelijk geen onderscheid tussen het houden van huisdieren en het houden van dieren voor productiedoeleinden. Volgens de FWA had men wel zo’n onderscheid moeten maken en verdienen landbouwdieren andere regels. Ook vroeger was dat reeds het geval. De originele dierenwelzijnswet maakte zelfs een opdeling tussen proefdieren, sierdieren, wilde dieren, gezelschapsdieren en landbouwdieren.

Het Grondwettelijk Hof volgt dit niet en vindt niet dat er nog een onderscheid moet worden gemaakt tussen landbouwdieren en huisdieren. Hierdoor zijn bijna alle dieren gelijk, hoewel sommige dieren nog steeds meer gelijk zijn dan andere: voor proefdieren blijft er nog steeds een afwijkend regime bestaan. Zij mogen nog steeds een minder diervriendelijke behandeling ondergaan.

FWA boekt een heel kleine overwinning

Ook op de andere punten stelde het Hof geen bevoegdheidsovertreding vast. Wel corrigeerde het een commentaar bij het artikel D.19. Dit commentaar liet uitschijnen dat de Waalse regering ook maatregelen zou kunnen treffen om de voortplanting van bepaalde dieren te beperken om zo infecties, ziektes of overbevolking tegen te gaan. Het Grondwettelijk Hof benadrukt echter dat diergezondheid tot het federale niveau behoort.

Een ander klein succes boekte de FWA tegen artikel D.49, § 1, lid 5 van het dierenwelzijnwetboek. Dit artikel regelde de commerciële publiciteit van verkopers, houders en kwekers van dieren in die zin dat er een voorafgaande registratie verplicht werd. Dit houdt volgens het Grondwettelijk Hof een beperking op de meningsuiting in en is dus vernietigd.

Opsteker voor Vlaanderen en Brussel

Al met al hield het Waals dierenwelzijnwetboek goed stand en dit opent mogelijkheden voor de andere gewesten. Zo had Vlaams minister van dierenwelzijn Ben Weyts in zijn beleidsnota laten optekenen dat ook hij werk wil maken van een Vlaamse codex voor dierenwelzijn. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest valt hetzelfde te horen. Zij keken natuurlijk uit naar deze uitspraak. Ook zij weten nu dat zo’n codex tot hun bevoegdheidspakket behoort en kunnen nu echt werk beginnen te maken van een eigen dierenwelzijnwetboek.

Geef een antwoord