FeaturedIn de pers

Wanneer is euthanasie bij psychisch lijden toegestaan?

Wereldwijd rust er nog steeds een taboe op euthanasie. Het is enkel mogelijk in België, Nederland, Luxemburg, Colombia, Canada en in sommige deelstaten van Australië. Euthanasie bij psychisch lijden ligt nog moeilijker, want dat kan enkel in België, Nederland en Luxemburg. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat er strikte voorwaarden van toepassing zijn. Nu het euthanasieproces gemediatiseerd verder gaat, doe ik de vier basisvoorwaarden voor jou uit de doeken.

De patiënt moet wilsbekwaam zijn

In de eerste plaats moet de patiënt wilsbekwaam zijn en dus zelfstandig beslissingen kunnen nemen. Dit wil zeggen dat de persoon over alle relevante kennis moet beschikken en perfect beseft wat de gevolgen zijn van de handeling of situatie. De beslissing om tot euthanasie over te gaan kan dan ook enkel wanneer het weloverwogen en vrijwillig gebeurt. Ook de arts is verplicht om de wilsbekwaamheid van de patiënt te toetsen.

Zeker bij euthanasie bij psychisch lijden is dit een belangrijk punt, omdat er vaak ook sprake is van psychische aandoeningen die de wilsbekwaamheid kunnen aantasten. Het is alvast noodzakelijk dat men op het moment van het actueel verzoek wilsbekwaam is. Het is met andere woorden mogelijk om vooraf te anticiperen door middel van een wilsverklaring.

De patiënt moet vragen om de euthanasie

Niet alleen moet de vraag tot euthanasie vrijwillig en overwogen zijn, bovendien moet het gaan om een herhaaldelijk verzoek. Dat wil zeggen dat een enkele vraag om euthanasie niet volstaat. De patiënt moet minimaal verschillende keren schriftelijk verzocht hebben om tot euthanasie over te gaan. Tussen de uitvoering van de euthanasie en de eerste vraag moet er bij psychisch lijden minimaal een periode van één maand zitten.

Het moet gaan om ondraaglijk lijden

Vereist is ook dat de patiënt ondraaglijk lijdt. Dit kan zowel fysiek als psychisch zijn. Dit moet men bepalen vanuit het perspectief van de patiënt zelf, namelijk hoe men de fysieke of psychische toestand ervaart. De ondraaglijke ontluistering of het gevoel van verlies van waardigheid of de vrees voor eenzaamheid, spelen daarbij een rol.

Medisch uitzichtloze toestand

Het ondraaglijk lijden moet ten slotte het gevolg zijn van een ongeneeslijke aandoening. Volgens de actuele wetenschappelijke kennis moet het met andere woorden onmogelijk zijn om het lijden te stoppen. Ook hier is het belangrijk dat dit vanuit het perspectief van de patiënt wordt beoordeeld. Het psychisch lijden zou men bijvoorbeeld kunnen stoppen door de patiënt te sederen, maar wanneer de patiënt dit geen aanvaardbare pijn- of zorgbehandeling vindt, moet de arts die keuze respecteren. Elke vorm van pijnbehandeling die bijwerkingen inhoudt, die voor de patiënt ondraaglijk zijn, moeten met andere woorden buiten beschouwing worden gelaten.

Verloop van de euthanasieprocedure

Pas wanneer er aan deze vier voorwaarden is voldaan, kan de euthanasieprocedure in gang worden gezet. Belangrijk om te weten is dat euthanasie in België geen recht is en dat een arts de uitvoering kan weigeren. De patiënt moet met andere woorden op zoek gaan naar een arts die de euthanasiebehandeling wil uitvoeren.

Die arts mag bovendien niet op eigen houtje handelen, maar moet advies inwinnen bij twee andere onafhankelijke artsen onder wie één psycholoog. Dit advies is echter niet-bindend, waardoor de arts ook bij een negatief advies met de euthanasie kan doorgaan. Om achteraf problemen te voorkomen, is het voor de arts natuurlijk aangeraden om zo’n negatief advies niet zomaar naast zich neer te leggen.

Ten vroegste een maand na de eerste vraag mag de arts vervolgens de euthanasie uitvoeren. Binnen de vier werkdagen die daarop volgen, moet de arts vervolgens een registratiedocument indienen bij de federale controle- en evaluatiecommissie. In het geval van het euthanasieproces gebeurde dit pas 51 dagen na de euthanasie, volgens de betrokken arts omdat de secretaresse het registratiedocument aanvankelijk naar een fout adres verstuurde. De controle- en evaluatiecommissie controleert hoe dan ook niet preventief, een praktijk die tijdens het euthanasieproces al verschillende keren werd gehekeld.

De commissie is samengesteld uit zestien artsen en juristen. Zij controleren of de euthanasiewet correct werd toegepast en of bovenstaande voorwaarden wel waren vervuld.

Extra richtlijnen vanuit de beroepsgroepen

Net omdat de voorwaarden in de euthanasiewetgeving vaak vrij vaag zijn geformuleerd, hebben de Orde der Artsen en de Vlaamse Vereniging voor Psychiaters ook zelf extra richtlijnen opgesteld voor de beroepsbeoefenaars. Met hun richtlijnen in 2017 en 2019 (dus na de feiten die aan de basis van het euthanasieproces lagen) willen zij juridische problemen helpen voorkomen. Zij schrijven onder andere voor dat:

  • Niet alleen het advies van de drie artsen noodzakelijk is, maar dat het bovendien ook noodzakelijk is dat de drie artsen fysiek samenkomen om overleg te plegen;
  • De patiënt uitbehandeld moet zijn;
  • De naasten van de patiënt verplicht moeten worden betrokken bij het euthanasieverzoek;
  • Er minimaal twee (in plaats van één wettelijk verplichte) psychiaters moeten tussenkomen;
  • Het advies van deze twee psychiaters positief moet zijn vooraleer tot euthanasie wordt overgegaan.

Geef een reactie