Staat & Bestuur

Vlaanderen maakt werk van staatswaarborg voor kunstbruikleen

De waarde van een kunstvoorwerp kan soms hoog oplopen. Het inspireerde talloze films om alvast de roof van de eeuw te verfilmen, maar diefstal is zeker niet het enige risico. Een kunstvoorwerp kan bijvoorbeeld samen met het museum in vlammen opgaan, kan beschadigd raken tijdens het vervoer of bij noodzakelijke onderhoudswerken. Daarom zullen musea en eenieder die kunstvoorwerpen in bruikleen krijgen, zoals bij een expositie, zich tegen deze risico’s verzekeren. De verzekeringssector sprong op de markt en biedt oplossingen aan, maar het gaat vaak om heel hoge premies.

Staatswaarborg voor kunstbruikleen bestaat al in verschillende landen

In de praktijk zijn deze premies lang niet voor iedereen betaalbaar. Zeker bruikleennemers zoeken al eens naar andere oplossingen of trachten de aansprakelijkheid volledig van zich af te schuiven. Dit zorgt ervoor dat kunstwerken steeds vaker in het museum blijven en niet dichter bij het volk worden gebracht, bijvoorbeeld via reizende exposities.

Daarom hebben talloze landen een soort van staatswaarborgsysteem ingevoerd. Hierbij neemt de overheid, die ook culturele bevoegdheden heeft en reeds op andere manieren aan de instandhouding van de cultuur bijdraagt, (een deel van) het risico op zich. Het gevolg is dat de premies kunnen dalen en dat belemmeringen op het bruikleenverkeer verdwijnen.

In België bestaat zo’n indemniteitsregeling vooralsnog niet, maar er wordt al langer naar een oplossing gezocht. Een eerste Vlaams voorstel werd al in 2012 door het Agentschap Kunst en Cultuur voorgelegd. Het kwam tot stand na heel wat denkwerk van een groep experts. Intussen zijn we bijna tien jaar later en ligt er eindelijk een voorontwerp van decreet klaar.

Inhoud van het voorontwerp van decreet

Het voorontwerp van decreet kiest voor een indemniteitsregeling voor het eerste risico bij kunstbruikleen, met daarnaast ook een franchise. De indemniteit blijft wel beperkt tot tentoonstellingen met een verzekerde waarde van niet minder dan zo’n 50 miljoen euro. Dit is een hoog minimumbedrag dat flink hoger ligt dan de aanvankelijke ondergrens van 20 miljoen euro waarvan in de wandelgangen sprake was. De regeling beperkt zich dan ook vooral tot de grotere musea.

Ook blijft de indemniteitsregeling beperkt tot culturele erfgoedorganisaties met internationale uitstraling en komen openluchtexposities niet in aanmerking. Het is vereist dat dat de organisatie een risicoanalyse uitvoert of laat uitvoeren en dat de organisatie een commerciële verzekering afsluit om het resterende risico af te dekken.

Wanneer een organisatie aan deze voorwaarden voldoet, zal de Vlaamse overheid de waarborg voor het eerste risico van 50% van de totale bruikleenwaarde dekken. Daar moet wel nog een franchise van worden afgetrokken. Het bedrag van deze franchise moet later nog worden bepaald. Verder zijn er een aantal gevallen waarin de overheid geen dekking verleent. Het gaat onder meer om schade door restauratiewerken, oorlog, titelclaims en terrorisme. Het zijn uitsluitingen die ook in commerciële verzekeringspolissen terug te vinden zijn.

Het gaat uiteraard nog maar om een voorontwerp. Organisaties als het SARC (Strategische Adviesraad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media) kunnen nog bedenkingen maken en het een en ander kan nog verder worden bijgestuurd.

Geef een antwoord